Nederland - Rechtbank Den Haag, Afdeling bestuursrechtspraak, 30 juni 2016, AWB 16/11081

Land van besluit:
Land van herkomst:
Date of Decision:
30-06-2016
Citation:
Eiser tegen de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, 2016, Rechtbank Den Haag, AWB 16/11081
Additional Citation:
ECLI:NL:RBDHA:2016:7335
Court Name:
Rechtbank Den Haag, Afdeling bestuursrechtspraak
Relevant Legislative Provisions:
National / Other Legislative Provisions:
Netherlands - Vreemdelingenbesluit 2000 (Foreigners Act) - Art 55
Netherlands - Vreemdelingenbesluit 2000 (Foreigners Act) - Art 8(f)
Printer-friendly versionPrinter-friendly version
Kop: 

Indien een vreemdeling, in verband met de behandeling van zijn asielaanvraag, de aanwijzing krijgt zich beschikbaar te houden in een beperkte ruimte, kan dit in strijd zijn  met artikel 5 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (“EVRM”). Bij zijn beoordeling zal de Rechtbank alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten nemen, in het bijzonder  van belang is de aard, de duur, het effect en de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Feiten: 

Eiser heeft op 21 november 2015 een asielvraag ingediend. Op 20 mei 2016 heeft eiser met het formulier M-117C een aanwijzing involgen artikel 55 van de Vw 2000 ontvangen, inhoudende dat hij zich in Badhoevendorp beschikbaar moet houden in verband met de behandeling van zijn asielaanvraag. Tussen 20 en 23 mei 2016 moest de aanvrager zich beschikbaar houden in enkele ruimtes in het Justitieel Complex Schiphol voor verder verhoor en gesprekken met zijn advocaat. De aangewezen ruimtes waren klein en de eiser kon de ruimtes niet verlaten zonder medewerking van een medewerker. Het werd de eiser niet medegedeeld dat de vreemdelingen het complex konden verlaten.  

Besluit en motivering: 

De Rechtbank is van oordeel dat het verblijf van eiser in het Justitieel Complex Schiphol op grond van de aanwijzing feitelijk neerkomt op vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 van het EVRM (met inachtneming van bepaalde uitzonderingen). Artikel 55 van de Vw 2000 of een andere voorgeschreven procedure biedt geen wettelijke grondslag voor de vrijheidsontneming, en de Rechtbank oordeelt dat het verblijf van eiser in het Justitieel Complex Schiphol een schending oplevert van artikel 5 van het EVRM.

De rechtbank overweegt dat ingevolge vaste jurisprudentie bij deze beoordeling alle omstandigheden van het geval in aanmerking dienen te worden genomen, waarbij in het bijzonder van belang is de aard, de duur, het effect en de tenuitvoerlegging van de maatregel.

De Rechtbank neemt bij zijn beoordeling in aanmerking dat; (i) de ruimte waar eiser zich diende op te houden bestaat uit een cellencomplex en de eiser het complex enkel kon verlaten door een aantal afgesloten deuren, welke door een begeleider diende te worden geopend; (ii) het eiser niet toegestaan was om een mobiele telefoon of andere elektronische apparatuur mee te nemen naar de wachtruimte; en (iii) in de aanwijzing aan eiser staat vermeld dat het niet nakomen van artikel 55 van de Vw 2000 consequenties heeft voor zijn afhandeling van de aanvraag en dat het niet naleven van de aanwijzing strafbaar is gesteld bij artikel 108, eerste lid van de VW 2000.

Met inachtneming van deze omstandigheden heeft de Rechtbank geoordeeld dat de behandeling van de eiser de ontneming van zijn vrijheid is in de zin van artikel 5 van het EVRM.

Het beroep wordt gegrond verklaard. De rechtbank oordeeld dat een bedrag aan schadevergoeding van EUR 45 per dag redelijk is omdat eiser niet de nachten door heeft gebracht in het Justitieel Complex Schiphol. Het bedrag aan schadevergoeding stelt de rechtbank vast op EUR 180.

Uitkomst: 

Het beroep wordt gegrond verklaard.

Observations/Comments: 

This case summary was written by Linklaters LLP.