België – RvV, X / VIII, 25 Augustus 2016, nr. 173 581

Land van besluit:
Land van herkomst:
Date of Decision:
25-08-2016
Court Name:
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
National / Other Legislative Provisions:
Belgium - Law of 15 December 1980 regarding the entrance to the territory
residence
establishment and removal of aliens
art. 2
39/81
51/5
Belgium - Royal Decree of 8 October 1981 on the entrance to the territory
art 71/3 §3
Printer-friendly versionPrinter-friendly version
Kop: 

De overdracht van asielzoekers van België naar Oostenrijk, onder de Dublin-reglementering, is strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel, aangezien de overheid het heeft nagelaten om informatie te bekomen over wat de gevolgen zijn van het moratorium op de behandeling van asielaanvragen in Oostenrijk.

Feiten: 

De verzoeker zou via Iran en Turkije naar Griekenland gereisd zijn, na enkele dagen in Griekenland te hebben verbleven zou de verzoeker naar Oostenrijk gereisd zijn, waar hij gedurende zeven dagen in een opvangcentrum is verbleven. De verzoeker zou daarna naar België zijn verder gereisd.

De Belgische overheid had een terugname verzoek gericht aan de Oostenrijkse instanties, onder de Dublin verordening, aangezien de verzoeker in Oostenrijk reeds een asielaanvraag indiende. Oostenrijk had met dit overname verzoek ingestemd.

De verzoeker betwist echter of  deze overname in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3 EVRM aangezien Oostenrijk een tijdelijke schorsing van de behandeling van asielaanvragen heeft ingevoerd. De verzoeker voert aan dat er minstens een onduidelijkheid bestaat over de opvangvoorzieningen en het recht op juridische bijstand door het moratorium op de behandeling van de asielaanvragen. 

Besluit en motivering: 

De Raad stelt dat het vermoeden, waarop het systeem van de Dublin verordening is gebaseerd, met name dat alle lidstaten de fundamentele rechten, neergelegd in het EVRM, zullen eerbiedigen, niet onweerlegbaar is.

Een asielzoeker mag niet aan de ‘verantwoordelijke lidstaat’, in de zin van de Dublin-reglementering, worden overgedragen wanneer men niet onkundig kan zijn van het feit dat de fundamentele tekortkomingen van de asielprocedure en opvangvoorzieningen voor asielzoekers in deze lidstaat ernstige, op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico zal lopen op een onmenselijke of vernederende behandeling.

Aangezien de verzoeker betoogt dat het zeer waarschijnlijk is dat hij bij een terugkeer naar Oostenrijk zal worden onderworpen aan een behandeling die strijdig is met artikel 3 EVRM, dient de Raad in de mate van het mogelijke een onafhankelijk en rigoureus onderzoek te voeren van elke grief waaruit blijkt dat er redenen zijn om aan te nemen dat er een risico bestaat. De Raad stelt dat de verwerende partij de grieven van de verzoeker afdoet als louter hypothetisch, aangezien de verzoeker geen problemen had gekend in Oostenrijk. De Raad stelt verder dat de verwerende partij het heeft nagelaten om bijkomende informatie in te winnen omtrent de gevolgen van het moratorium op de behandeling van asielaanvragen, en specifiek voor de gevolgen voor Dublin-terugkeerders in Oostenrijk. De Raad oordeelt dat het ontbreken van een deugdelijk onderzoek van de feiten een schending van de zorgvuldigheidsplicht inhoudt. 

Uitkomst: 

Beroep gegrond.

Subsequent Proceedings : 

De Belgische overheid zal de asiel aanvraag ten gronde moeten behandelen. 

Observations/Comments: 

Dit arrest wijst de Belgische overheid op zijn verplichting om grondig te onderzoeken of de verantwoordelijke lidstaat, in het kader van de Dublin reglementering, de fundamentele rechten van de asielzoeker zal respecteren.

De Belgische overheid kan daarnaast geen asielzoekers meer naar Oostenrijk sturen, onder de Dublin-reglementering, tenzij ze een bijkomend onderzoek verrichten aangaande het moratorium op de behandeling van asielaanvragen. 

This case summary was written by Birte Schorpion, LLM in immigration law and current intern at UNHCR’s legal protection unit.

The case summary was proof read by Miek Lamaire, MA International Security.

Other sources cited: 

- European Council on Refugees and Exiles (ECRE), coordinated project Asylum Information Database (Anny Knapp, Asylum Information Database – National Country Report – Austria, up-to-date tot December 2014)

- Amnesty International, Quo vadis Austria? Die Situation in Traiskirchen darf nicht die Zukunft der Flüchtlingsbetreuung in Osterreich werden, 14 August 2015

- AIDA report, Navigating the Maze: structural barriers to accessing protection in Austria, December 2014

Case Law Cited: 

ECtHR - Y. v. Russia, Application No. 20113/07

ECtHR- Vilvarajah and Others v. the United Kingdom, Application Nos. 3163/87 13164/87 13165/87 13447/87 13448/87

Belgium - The Council for Alien Law Litigation (Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, Rvv), nr 179 143

Belgium - Council of State, nr 105 262, 28 March 2002

Belgium - Council of State (Raad van State, RvSt), nr 105 233, 27 March 2002

Belgium - Council of State, 151 998, 8 September 2015

Belgium - Council of State, nr 104 674, 14 March 2002